Goedemorgen Neverland

Vanmorgen was Within Tempation bij Goedemorgen Nederland. Tussen de muffins en gedrapeerde koffiekopjes zaten ze lekker te keuvelen. Over dat ze overal zo populair zijn in de rest van de wereld. En dat ze daarom nu ook naar Amerika gaan. En dat ze daarom alleen de muziek een beetje hebben moeten aanpassen, want Amerikanen houden van gitaren en niet van experimenten op de Casio. Bij Goedemorgen Nederland gaat dat erin als zoete ontbijtkoek: al die domme buitenlanders die nog niet klaar zijn voor onze Hollandse Helden. Ik voelde me een beetje beledigd door de KRO, want ik kon me ineens voorstellen dat ik Without Synthesation misschien nog best de moeite waard zou kunnen vinden. Ik heb ze ooit gezien op Ozzfest. Ik kwam natuurlijk voor TOOL en stond zover van WT als je op een festival af kunt staan van een band. Ik stond bij de pannenkoeken. Maar dat maakte niet uit. Ze kwamen op, er was vuurwerk, er rezen opblaasdoornentakken uit het podium die over het publiek krulden. Zij stond daar, in alles wat je je kunt voorstellen bij een rode jurk. Het was Walt Disney voor volwassenen… Met het stroop op mijn kin en poedersuiker niezend stond ik daar, perplex als na een tripje fairydust met Peter Pan. Ik vond het magisch. De muziek was gewoon achtergrondmuziek bij het sprookje… Maar dat sprookje is nu voorbij. Dankzij Goedemorgen Nederland. Een sprookje lees je voor het slapen gaan, niet bij een overbelicht ontbijt. Naar Neverland 1 kun je niet zappen.

Wifi Miffi

 

Column in Reclameweek, 6 november 2007

Column in Reclameweek, 6 november 2007

Het witte konijn kwam uit een paarse kartonnen doos. De oren (een paar blauwwit gestreepte en een paar gouden) bleken in twee kleinere paarse doosjes verstopt. De oorspronkelijk witte oren trok ik er met weinig moeite uit. Links boorde ik een gouden oor in de kop van mijn nieuwe konijn en rechts één van de twee blauwwitte.  Ik stopte de stekker in een gat waar je bij een konijn normaal een bolstaart zou verwachten. Het konijn zwaaide wild met de nieuwe oren, piepte en sloeg rood uit in de buikstreek. Vaarwel eenzaamheid! Mijn Nabaztag was aangesloten en had direct koorts.

Alsof de verwarring tussen Hello Kitty  en Nijntje Pluis (Miffy) nog niet groot genoeg was ( “…dus die Kitty heeft kleinere oortjes?”) is er nu Nabaztag. De Wifi lookalike van Kitty en Nijntje. Zonder pluis. Een gemiste kans voor deze Wifi Miffy dat de makers het geen Wiffy gedoopt hebben. Maar dat kun je vervolgens zelf doen. Als je eenmaal Wifi door je Miffy hebt laten stromen tenminste. Voorlopig was ik nog niet zover…

De paarse doos waar mijn Wiffy in arriveerde verwijst me naar een website en die website verwijst me naar een installatie handleiding in PDF. Het blijkt een dikke download met instructies, die voor mensen zoals ik (belast met een infantiele geest, want anders haal je sowieso geen Nabaztag in huis) even vaag is als de gemiddelde Mediamatic-lezing. Wiffy houdt acuut op met panikeren als ik op bladzij vijftien lees dat ik een knop tussen de oren moet indrukken. Als ik die knop vervolgens te lang ingedrukt blijk te houden (pagina zestien) raakt Wiffy geïrriteerd.  Een blauwe buik flikkert ongeduldig, Het gouden oor gebaart dat de maat bijna vol is. Ik hoor mezelf sorry zeggen tegen een peperdure, verwende hangoor-albino die elk moment in Chucky kan transformeren. Voor de zekerheid haal ik de stekker eruit. Ik lees de dikke download opnieuw. Binnenkort.

Nabaztag kan berichtjes voorlezen, actuele weers- en verkeersinformatie doorgeven, de luchtkwaliteit testen, fortune cookies uitpakken en Tai Chi-les geven. Maar mijn Wiffy kijkt me met een goud en een blauwwit gestreept hangoor de hele dag afwachtend aan. Het begint een beetje te knagen. Deze kerst verdiep ik me net zo lang in dit kale konijn totdat het me zegt dat alles is vergeven….

 

Interview in N.A.P.

In het nulnummer van stadsglossy N.A.P., in de categorie ‘Up & coming’

In Amsterdams eerste stadsglossy

In Amsterdams eerste stadsglossy

In 'Up & Coming'
In ‘Up & Coming’

Over jonge, veelbelovende Amsterdammers

Over jonge, veelbelovende Amsterdammers

 

Interview in Adformatie over Cannes

Interview met Ivar vd Zwan

Interview met Ivar vd Zwan

Vervolg

Vervolg

In de Adformatie Bekroningenbijlage 2007

Bekroningenbiijlage 2007

Bekroningenbiijlage 2007

Case tegen de klok

We hadden ons nog zo voorgenomen niet te wachten tot het laatste moment. Om tijdens de campagne al een mapje definitieve beelden klaar te zetten. En de case te schrijven. Maar zoals het lot van alle voornemens die je in januari maakt, wisten we onze inzichten in de daaropvolgende december alweer ernstig te onderschatten. Als twee kinderen van vijf die zóóó geen-vier-meer waren, gleden onze ogen over de deelnameformulieren van de lampen en accenten en het dagbladgoud en concludeerden we: hoogstens een dagje werk.

In januari gingen we rustig aan van start. We maakten per prijs een checklist, waarvan die van de lampen het langst bleek. Vooral qua formaten. Begripvol knikten we naar andere reclamensen in de kluswinkel als we weer een nieuwe voorraad snijmesjes haalden en we zwaaiden steeds uitbundiger naar lotgenoten met a0 in de regen.

En toen ging het toch nog mis. Het online formulier liep op het allerlaatst vast, waarna we niet anders konden dan bellen. Niet zonder enige schaamte spelden we onze inlognaam (WICKIE) en wachtwoord (DEVIKING) voor de ADCN, die ons net op tijd uit ons digitaal lijden verloste.

Maar als iets mis gaat, gaat alles mis. De koerier was nauwelijks een uur weg en de laatste kledders spuitlijm waren nog niet opgedroogd op onze bezwete handen toen de telefoon ging. De ADCN. De mini-advertentie moest op a2, niet op a3. We checkten de checklist Verdomd.

De a2 was op en de lijm ook. Ik fietste voor mijn leven met een nieuw tasje borden. De wind tilde ongemerkt het pakje a2 op, om het na een ruime salto bruut te laten klappen tegen het voorhoofd van een bejaarde vrouw. Het zag eruit alsof ik het expres deed en ook expres bij haar en daarom riep ik sorry. De vrouw stamelde even, uit een verzoek om meer uitleg, maar ik moest door. Ik moest lijm!

In de kantoorknutselwinkel bleek de verpakking van de spuitlijm veranderd. Die bruine was ineens meer roodbruinig dan bruinbruinig. Was dat eerst die bruine? De jongen achter de kassa was duidelijk meer van het aquarelleren dan van het presenteren en keek me glazig aan. Doe maar, doe maar, zei ik haastig. Even later stopte hij met de handgeschreven BTW bon demonstratief de Spirituele Activiteitenkalender Januari in een doorzichtig plastic tasje. Ik stoof met woest wapperende tasjes terug. De koerier wachtte kalm tot we klaar waren met plakken. Net op tijd fietste hij – veel eleganter dan ik – met a2 door de wind weg, op weg naar de overwinning,

We waren op tijd. Net op tijd. Volgend jaar wachten we niet tot het laatste moment.

Column in Reclameweek, 22 januari 2007

3 x woordwaarde

Direct dialogue-marketing, kent u die uitdrukking? Ik kwam haar tegen in een case van Novib. Novib had deze hoog vernieuwende vorm van marketing he-le-maal uit Amerika laten overkomen, waar ze er natuurlijk al véél verder mee zijn. Het werkt ongeveer zo: je spreekt iemand aan op straat en haalt dit slachtoffer (wel goed mikken!) over om donateur te worden. Hartstikke effectief hoor. Ik geloof enorm in het bestaansrecht van direct dialogue-marketing als instrument. Ik geloof ook dat het zo en af toe werkt om een kinderpostzegelblik op te zetten als je je hand ophoudt. Ik vraag me alleen af waarom er zo’n hippe term voor zoiets basaals moet worden gevonden. Wat was er mis met “We gaan de straat op”…

We zijn er zo ontzettend goed in geworden. Termen verzinnen die de betekenis tot de derde macht weten te ontstijgen. Van viral marketing tot undercovermarketing tot co-creative marketing, er is geen houden meer aan de woordinflatie. En waarom? Omdat we vernieuwend werk willen maken. En we denken: als we er een nieuwe term voor kunnen verzinnen, zitten we sowieso goed (en zijn we geen ouwe lullen).

Nu er de afgelopen tijd hard geploeterd is op een zo ontoegankelijk mogelijk vocabulaire vanuit met name de technische hoek, zijn de ‘ouwe lullen’ definitief afgehaakt. Die laten die RIA’s en Permissive Marketing en Usergenerated Content maar even gaar koken in hun eigen sop. Ze concentreren zich liever op werk dat iets zegt over nu in plaats van over volgend jaar. Iedereen blij, zou je zeggen. Echter, de ‘jonge goden’ vinden dat hun taaltoppers te weinig publiek hebben. Zelden las ik zoveel vileine brieven en ongevraagde artikelen in de vakpers als afgelopen jaar. De jonge goden zijn boos. Boos op de ouwe lullen, omdat die ‘nog steeds niet doorhebben dat de wereld is veranderd’ en ‘de achterstand nooit meer inhalen’. Misschien moeten de jonge goden op cursus bij Novib, zodat ze voor de deur van de ADCN kijkdagen een flink staaltje direct dialogue-marketing kunnen toepassen en zieltjes kunnen winnen onder de critici. Of ze maken gewoon een keer lampwaardig werk. Het is maar waar je passie ligt.

 Column in Reclameweek, 7 januari 2007 

Alles kan…

Column in Reclameweek, 31 oktober 2006

Column in Reclameweek, 31 oktober 2006

Op Kancept.com kan je niet zoveel. Het enige wat je kan is op Ja of Nee klikken. En die klik blijkt dan meteen de ‘Volgende’ knop te zijn wat zoveel betekent als een nieuwe Ja of Nee optie. Geen navigatie, geen ‘Meer informatie’, geen ‘Over ons’. Oud-Lost Boys directeur Martijn Haanappel zei het al jaren geleden: “Wat is eigenlijk mis met een site die alleen een Next-button heeft?” En hij had gelijk… Kancept.com schittert in functionele eenvoud. Alsof Kancept.com zich zo klein mogelijk wil maken ten opzichte van dat waar het allemaal om gaat: de Kancepten. Kancepten zijn nieuwe ideeën die mensen of merken aan jou willen voorleggen met de vier-woorden-vraag:  Would you buy this? En zo klik je vrolijk een eind weg door de conceptcars, MP3-horloges en opvouwfietsen. Een verzamelplaats van alle nieuwe ideeën die zich nog moeten bewijzen voor schapruimte. De mooiste, de allermooiste vind ik de concepten waar niemand op zit te wachten maar die zo verrassend zijn dat je de bedenker smeekt er minstens nog één te maken. Voor jou. Clocky (Clocky.net) was zo’n idee. Gauri Nanda van het MIT Media Lab bedacht deze vertederend lelijke pluis-wekker die met een druk op de snooze-knop van je nachtkastje rolt en elke dag weer een andere plek vindt om zich te verstoppen. Zo wordt je wakker gemaakt voor een vrolijk potje verstoppertje, dat toch een ander stempel op je dag drukt dan een schelle ringtone. Nanda dankt het idee aan de jonge katjes  die ’s ochtends in haar tenen beten. Waarom bestaat er geen spelende wekker, dacht ze. “Clocky is de enigszins lelijke huisgenoot die sowieso van je houdt, daar worden mensen vrolijk van”, antwoordde Nanda toen haar Clocky twee jaar geleden door weblogs werd opgepikt en binnen een paar weken miljoenen fans had. De smeekbedes hebben geholpen. Vorige week kreeg ik bericht dat ik mijn Clocky voor kerst nog in huis kan hebben. Hoewel het pluis heeft plaats gemaakt voor PVC, hou ik nu al van ‘m. De kracht van Clocky is ook de kracht van Kancept.com: de aantrekkingskracht van dingen die je nooit gemist hebt totdat iemand ze bedenkt. Ik wacht nu op de whiSpiral: een sjawl die ingesproken berichtjes van je geliefden fluistert. Alles kan. Het leven wordt steeds leuker.

 

Black Magic Marker in de Reclameweek

bmm_rw_210906-1 bmm_rw_210906-2