Knuffelidioot

Ik zag – op de vooravond van blue monday – het item op nieuwsuur over de verdwenen subsidie die naar het depressiegala is gegaan. En het geld dat VWS sowieso rijkelijk spendeert aan campagnes rondom bewustwording van geestesziekten.

In een van de laatste fragmenten zie ik mezelf langskomen. Als ’ervaringsdeskundige’ in een brainstorm voor wat uiteindelijk zou leiden tot de campagne ’He, het is ok!’. Ik zit op een kruk en vertel iets met mijn handen en een licht wanhopige blik. Ik herinner me nog dat ik dacht: dit wordt helemaal niks.

Het was het jaar dat Karkas was verschenen. En ik werd uitgenodigd door clubje na clubje. Als patiënt. Niet als auteur. Ik werd geprezen om mijn openheid. Het verbaasde me dat de clubjes – allemaal door VWS gesubsidieerd en allemaal met als doel openheid over geestesziekten te bevorderen – elkaar niet bleken te kennen. Het verbaasde me ook dat niemand mijn (voor de GGZ verontrustende) boek had gelezen of de neiging leek te hebben dat ooit te doen. Wel werd ik gevraagd om mee te doen aan een ’Moodcamp’ en op het ’Despressiefestival’ plaats te nemen in een tipi tent waar normale mensen me konden bezoeken en vragen stellen. Een freakshow dus. Dat was het moment dat ik besloot niet meer in te gaan op de verzoeken van de clubjes.

Het taboe rondom depressie heb ik nooit ervaren. Integendeel. Ik ben een knuffelidioot, riep ik tegen mijn vrienden. In een interview op Radio 1 nav het boek van Johann Hari over de werkelijke oorzaken van depressie verklaarde ik de Nederlandse overheid tot de Pink Ribbon van de geestelijke gezondheidszorg. Er is van alles te doen aan (o.a.) depressie, en dan met name maatschappelijk, en de overheid voert een cover-my-ass beleid door heel hard te roepen dat zij het ook heel erg vindt.

Naar het depressiegala ben ik nooit gegaan. Ik zat heel even in de feestcommissie waar ik al snel in conflict kwam met de organisatie en mijn geweten toen diverse programma suggesties werden genegeerd en geparkeerd om plaats te maken voor een etnisch gezuiverde boomer line-up. Het was eigenlijk al mis toen de oprichter mij in de groep introduceerde als ’een soort Barbie 2.0’ en ik het gala omdoopte tot de Grote Bram Bakker Show. Waarvan akte.

Missing Link

Met het afscheid van Linkin Parks leadzanger Chester Bennington wordt het pijnlijk postuum in de playlists van pubers. En dat is werkelijk zo vreselijk doodzonde…

Misschien nog meer dan Ian Curtis, Kurt Cobain, Layne Staley en Chris Cornell wist Bennington een levensfase een stem te geven. Nee, geen generatie. De puberteit is van alle tijden. Bennington schreeuwt zich als de Salinger van de popmuziek door decennia heen. De oerklanken van Linkin Park, de niet te misvatten teksten en makkelijke melodieën, ze doen postpubers grinniken. Het is af te doen als herrie. Of een commercieel aftreksel van een of andere wel degelijk verantwoorde retro rockband. Maar wat we pas echt ongemakkelijk vinden, is dat het menens is. En als we even de moeite nemen te luisteren… komt het weer net zo hard binnen als toen wij jong waren. En dat willen we liever niet. Want het zet alles waar we zo hard voor hebben gewerkt op losse schroeven.

Doe toch maar.

Elke jaar plegen zo’n 130 jongeren in Nederland zelfmoord. En als het weer zover is, als er een ouder of leraar of een goedgeletterde moeder van een klasgenoot de pers zoekt, hebben we het er over. Het regent pleidooien voor openheid. Als we maar praten met pubers komt voortaan alles goed. En met praten bedoelen we vooral luisteren. Zij naar ons he? Omdat wij ook jong zijn geweest. Ooit. En alles kwam goed met ons, toch?

We nemen tieners niet serieus. Zij ons ook niet.

Pubers zijn tussenmensen. Geen kinderen meer en nog geen volwassenen. Niet dom en niet slim. Ze staan buiten alles. Ze moeten hun eigen plek gaan bepalen in de wereld. Daar is afstand voor nodig. En die afstand werkt inzichtgevend. Je ontdekt bijvoorbeeld dat je op niemand kunt rekenen. Dat alles oneerlijk is. Dat het allemaal nergens over gaat. Sommigen zien zo helder wat er mis is met de menselijke soort dat ze er nooit meer iets van zullen aannemen. Ze vallen stil uit verzet tegen het lot dat ze weten dat ze is toebedeeld. Het is de onthechting die mensen depressie noemen. Omdat je niet meer leuk vindt wat je altijd is voorgehouden dat leuk moet zijn. Vijf dagen werken, op vrijdagavond een grote koek bij de koffie en op zondagavond wokken langs de weg. Ik denk dat we naar deze buitenstaanders moeten luisteren. Dat ze naar zichzelf moeten luisteren. En naar elkaar.

Zij zijn de solisten. De missing link.

I’ve become so numb I can’t feel you there
I’ve become so tired so much more aware
I’ve becoming this all I want to do
Is be more like me and be less like you

Bennington had zes kinderen, een goed huwelijk en had zijn drugs en alcohol behoefte blijkbaar onder controle. Hij was juist in rustiger vaarwater terecht gekomen, zeiden journalisten. Juist. Hij was less like him en more like us geworden. Een afscheidsbrief was niet nodig. In the end, it doesn’t really matter…

Curvepower left me clueless

There it was this week. It popped up on my timeline frequently. Shared by women. Even some critical ones, who work in advertising. Women I look up to. The bright ones. The though ones. They all embraced the new film of M&S fashion.

 

It is called #curvepower. And I really don’t get it.

The movie starts with piano music in the desert. I immediately realize: I’m in for a mission-vision kind of statement. M&S is going to tell me their ’Why’.

We are on a road, a transparent scarf floats through the landscape. The male voice-over starts slowly:

“Lines shape you… They shape your bum. Your belly. Your boops.”

As he speaks the film displays naked body parts of women.

Lines shape me? According to M&S, I am someone’s drawing? Am I the reproduction of a sketch, a higher plan? I always thought the lines follow my shape, not the other way around. Unless… Is M&S telling me God is my creator?

The film continues.

“And thank God they are not straight lines, but the ones that wobble. The ones that curve.”

There it is! M&S is thanking God! For not drawing us in straight lines. But making us wobbly and curvy. They show a woman climbing out a pool and one trying to fit into a pair of faux-leather pants. These women are normal, not super thin.

We now see a pregnant woman standing naked behind the curtain on the balcony. Then we look at a woman sleeping. Also naked. We move over to two less naked ones dancing in a club, seductively. Everything is beautifully filmed, but what in God’s name is M&S trying to tell me?

The voice-over goes:

“We love those lines.

Whether they are smooth or quirky.

Or whether you think they are a bit too much.

We just can’t get enough of them.

These lines have the power to seduce.

The power to amaze.”

Wait a minute… Who is ’we’ here? Is it the old voice-over speaking on behalf of… men? Are men telling us to not worry about not fitting in our pants because we can just take them off and dance for them in a tiny stretch dress with another girl?

The male voice continues:

“Because these lines don’t come from thought, but life.”
(we are now in the desert again)

“They are life.”
(we see a the hand of a baby)

Pause right here, please. “These lines don’t come from thought… But life”? Lines come from life. And they are life at the same time, they are their own origin. My God. I have graduated in Metaphysics but this must be PhD material…

Maybe M&S reveals the clue in the end. We are almost there:

“So do not hide your curves.”
(we see a topless woman in the pool)

“Show the world what you’ve got.”
(we see a naked woman having sex..)

“Make people turn their heads.”
(we see an ass and boob shaking girl wearing lace again)

“And if they don’t like what they see.”
(suddenly the faux-leather pants do fit the girl)

“Turn around and show them your glorious ass.”

Regardless my surgical script reading, M&S #curvepower has left me completely clueless. Should I expose my curves because life (or, sorry: lines) made them? Should I worship the master of lines?

Or are we just being told plus-sizes are sexy and seductive? Men love us for it, I know. And so does M&S of course, since they sell cheap synthetic clothes tochubby women with short hair.

I do hope the trend of spreading self-proclaimed existential wisdoms is soon over and brands will just tell me what they hold in store.

This column was written for and published by Amsterdam Ad blog:
http://www.amsterdamadblog.com/columns/curvepower-left-me-clueless/

Sad sells!

TOMS-Shoe-Giving

Sad sells. Sad means serious business. And serious money. My advice to you all: add sad to your ad.  Youll be lost without it.

Last year I got briefed on a fundraising program for the Princess Margriet Foundation. Oh, youve never heard of it?  Of course you havent.  It is a subdivision of The Red Cross. The foundation is  able to prevent the necessity of the aid provided by that very mother institution. By  preventing disasters. You see, after years of observation and experience, we can quite specifically predict where and when the next flood, storm or plague will come rambling. Haiti will get its next earthquake.

With only one tenth of the budget of The Red Cross, The Princess Margriet Foundation is able to prevent nature’s violence from turning into natural disaster. By building bridges, safe spots and alert systems with local means and local manpower. Their work saves 90% of emergency aid funds and  – more importantly – human lives. The main reason you’ve  never heard of them? They dont sell sad. They are the carrier of good news. Hope. Happy faces. And people just dont get the point of spending money on avoiding the next apocalypse. To grab their wallets, they need pictures of moms  crying over their babiescorpses.

If all is  well, you will not sell. That is the reason brands add sadness to their propositions. Like Toms shoes:  with every pair you buy, you are helping out a helpless person somewhere in the world. Who and how exactly remains vague but who cares? Somehow a small amount of sadness is banished. Sales go up. Everybody happy.

All right then. But that is Toms. The product proposition is inherent to charity: you buy one, you save one. Yay for Tom’s. It benefits directly. But what if the link to “sad” in indirect? What if a brand uses sadness without selling? Like Vodafone going all the way to bring you to tears over a deaf girl hearing a concert for the very first time. The key question is: WHY?  Yes. Exactly that. They all need a WHY.

Simon Sinek told them so. Sorry – sold them so. “Do you know your Why? The purpose, cause, or belief that inspires you to do what you do. Simon Sinek’s online Why Discovery course can help you learn and live your Why!”. I make a living out of it these days. Writing whys for companies. Or brand stories. Or manifestos. Or purposes, as you please. I know. It’s sad. I sold my soul ages ago

So today tomato juice companies believe they are spreading the love, insurance companies claim that they are basically  caretakers, vacuum packed smoked sausages are sold for the sake of family values. And following Sinek, the WHY is one thing. Next is the HOW and the WHAT. Resulting in films, movements and complete foundations that prove the newborn brand promise of Always or Dove or Ditzo.

I hold Sinek personally responsible for the branded mess he made. Tomato juice was never born out of love. It came to life out of the opportunity someone saw in smashing overripe (unsold) tomatoes, adding water to them and sell the result as juice. It is highly profitable and doesnt even taste that bad. Is moneymaking the main goal? Yes. Is that bad? Maybe. Or maybe not.

Before Sinek sold whys to butchers and bakers, there was another business guru. I would like to quote him here. His name is Ruud Lubbers. From 1982 to 1994 he was the conservative Christian Prime Minister of the Netherlands. He once stated: “Companies employ people that feed their families.” I used this proclamation often to convince my left-wing family (and myself) that turning to the field of commercial marketing is not that despicable.

Brands are companies employing people that feed their families. They are the why behind the growth and profit and eagerness to expand the export of tomato juice. We can employ more people, and give them a raise so they can take even better care of their families.

So theres the generic WHY. Grow out of good. Not out of greed. More money means more jobs. Now go and grow… tomatoes. Grow and be good.

But we cant all have the same why! Well, we can, actually. But to distinguish the one tomato juice from the other, we build brands. And we follow Sinek in thinking the difference lies in the whys. Therefore, even if there is no realneed to enter the field of sadness, we keep on doing it. Not for reasons of product propositions but rather for brand positioning.

I believe we can discern three reasons for companies to believe they need to add sad to their brand strategy.

Firstly, they use sad for compensation. McDonalds offers shelter to the homeless at night, to compensate for the fact they are poisoning us on a structural base. Dubai functions as the biggest provider of emergency aid solutions (manpower, logistics, tents, blankets, etc.). They do it for free. And meanwhile compensate for their capitalism (so they can still call themselves true Muslims). They also create an international relationship of gratitude, emotional debt and dependence. In both cases, sad is used to broaden peoples perception.

The second way is to use sad  as a cover up. Dutch insurance company Ditzo is totally into caring and giving; they support their local ZOO and even donated one million euros to child cancer research. One million! A great way to cover up for the fact that they (or ASR, the company behind this insurance label) still owe Dutch citizens 7.2 billion euro since the stretching policies(woekerpolissen) affair (2011).

Three. I suppose the final reason to get your brand involved with infinite sadness isbecause you care. I havent come up with proper examples yet, but I know I will. Some day.

Care. Cover-up. Compensation. The three Cs for building a brand sad-style. Without direct ROI.

I believe we can never discover the true C behind branded sadness. I could say that Dove really cares and you would hand me  a study proving it was compensation or even a cover-up after all.

One C is for sure: there will be Conversation! And that is exactly their point. The be good and tell about itmovement, it’s sometimes called. You stage your care. You spread the footage.

The Slovenian philosopher Slavoj Zizek visited Amsterdam a few weeks ago. He stated there would be no charity left if it wasnt for the chance to brag about it. We need an audience. We yearn to be noticed. Talk about sad

But heres a Zizek-fans suggestion for all of you Sinek-fans out there. Dont go for the Be good and tell about it.Go for the Be good and be told about. Or not.

Make your actions count. And let others do the talking. Or not. Either way, dont make case videos out of it. Be humble. Maybe youll reach the Ronaldo-effect. You remember it: last year a sick kid asked him for a T-shirt and Ronaldo enclosed 83.000 US Dollars for a necessary operation. Apparently, Ronaldo does  this frequently. Quietly. It makes it more difficult to dislike him  now, doesn’t it? Sad sells. Sad, isnt it?

Talk on ‘the purpose of purpose marketing’ for the Dutch Account Planning Group
http://www.amsterdamadblog.com/columns/sad-sells/

Niet Pluis

Even een vraagje aan het publiek: willen jullie heel misschien allemaal je bek houden?En zorgen dat je kinderen van de ballonnen afblijven? Er worden hier opnames gemaakt.

550911_480Je kunt veel van de reclametypes zeggen, maar niet dat ze onvoldoende onderlegd zijn om immorele activiteiten tekstueel te transformeren tot semantische hoogstandjes. We hebben een continue stroom van begripsvervagende termen op gang gebracht om onze kleine vergrijpen te verdoezelen. Nee, zelfs te verheerlijken.

Denk aan content marketing (voorheen volksverlakkerij), product placement (voorheen sluimerreclame), branded content (voorheen waarheidsvervalsing), branded utilities (voorheen omkoping), data matching (voorheen privacyschending), peer-to-peer marketing (voorheen beïnvloeding), co-creatie (voorheen exploitatie), review management (voorheen waarheidsvervalsing).

En dan is er nog de mooiste vaagheid van allemaal: de guerrilla (voorheen terreur). Er gaat geen campagne meer live zonder. Soms zelfs is de hele campagne erop gestoeld: je organiseert voor veel geld iets voor een kleine groep en dat meet je daarna breed uit. Dat was eigenlijk nooit het idee hoor. Het ging gewoon om de mensen die je daar ter plekke bereikte. Maar die vormen inmiddels een bijzaak. Het zijn slechts de figuranten in de aftermovie van de bubbelbadbioscoop.

Het lijkt soms in eerste instantie nog best goed bedoeld. Door de opdrachtgever. We trakteren de patiëntjes in het Emma kinderziekenhuis op een optreden van de broertjes Jussen! Hebben ze even wat afleiding en mogen ze van de afdeling. Die kinderen hartstikke blij. Al is het maar omdat ze een uurtje zeker weten niet belaagd te kunnen worden door Clini Clowns.

Met bed en al gaan ze naar de grote hal in het AMC, waar de camera’s de eerste rij vormen. ‘Waar zijn de piano’s?’ vraagt mijn zoontje.  Achter de posters, zeg ik. Hij vraagt wat er op die posters staat. ‘Stilte!!!! Opnames!!!’ zeg ik. Hij vraagt of die piano’s ook stil moeten zijn. Ik weet ook niet meer hoe ik het hem moet uitleggen. Deze bijzondere publieksactie. De kinderen  – die per definitie overal doorheen tetteren  – worden voor straf bed voor bed weer weggereden richting zaal.

Op Utrecht CS heeft de Bruna bedacht dat het Nijntje’s zestigste verjaardag viert. Alle kinderen zijn uitgenodigd! Tweehonderd peuters zitten samengepakt op de grond. Ze krijgen een ballon en een pakje Wiki. Straks. En ook straks gebeurt het dat je Nijntje een knuffel mag geven. En straks wordt er dan door een BN’er voorgelezen. Er lopen cameramannen rond en heel veel meisjes met mobiele telefoons om alles te begeleiden. Nu is het zo dat peuters het begrip ’straks’ niet kennen. Of in elk geval niet erkennen. Ze zien ballonnen, een konijnenpak en een podium met microfoon en… gaan los. Totale chaos breekt uit. Uiteindelijk grijpt de regisseur woest de microfoon om te zeggen dat de kinderen pas een ballon krijgen als ze Bruna hebben geliked op Facebook. Het mens in het Nijntje-pak heeft sterallures en gaat na vijf minuten weer backstage. De BN’er blijkt een mij onbekende Telekids-medewerker te zijn die zijn eigen twist geeft aan het voorlezen: op een scherm kunnen alle kinderen meelezen! Karaoke, noemt hij dat. Verwachtingsvol kijkt hij de ongeletterde speenkauwende massa aan. Dan richt hij zich tot de camera en komt alles goed. Hij leest voor en krijgt een dikke duim van een meisje met zo’n telefoon. Het zit erop want het staat erop. Wat een geslaagde ’stunt’…

Zodra je ballonnen ziet, moet je jezelf de vraag stellen: is het echt of voor een casevideo? Of… is het heel misschien mogelijk dat een case een beetje op waarheid gebaseerd is? Dat je ter plekke een (echt) konijn uit de hoed tovert, en niet alleen in de aftermovie. Is het misschien een idee om iets voor het publiek te doen? Dan delen zij hun eigen filmpjes wel. Misschien wel zo pluis.

Ik dacht vroeger altijd dat de P van PR stond voor publiek. Maar dat is stom natuurlijk. Het staat voor publiciteit. Liefst gratis. En veel. Dat kun je meten en dus hebben PR bureaus inmiddels targets. Om die targets te halen is nu eenmaal veel geoorloofd. Soms moet je een klein beetje over een randje gaan. Of over wat ruggetjes. Van het publiek.

 

See more at: http://www.adformatie.nl/blog/niet-pluis#sthash.5vtDrUFz.dpuf

Lieve Dela, wat ik je wil meegeven

images

De documentaire die ooit het meeste indruk op me gemaakt heeft is Missing Allen (2002, Wo ist Allen Ross?). Een documentairemaker die besluit de camera zelf op te pakken nadat zijn cameraman spoorloos verdwenen is. Zijn zoektocht begint optimistisch en wordt gaandeweg naarder en eindigt  – via gruwelijke sektes en kelders –  in het vermoeden van de dood die je niemand toewenst.

Documentaires draaien om eerlijkheid, om echte verhalen en om experiment. Het kan ook heel anders lopen. De uitkomst is een black box. Missing Allen had een film van niks kunnen worden. Misschien was Ross aan het mediteren op een berg in India. Gevonden! Klaar. Niets aan. En juist die spanning, het feit dat het alles (of niets) kan worden, maakt het soms zoveel aangrijpender dan een zorgvuldiger geregisseerde film met een gegarandeerd spectaculaire afloop.

Ook merken kiezen steeds meer voor dit genre. Ontdaan van alle laklagen en zorgvuldig gecaste acteurs vertel je je verhaal op een volledig andere manier. Een prachtige beweging die we allemaal hoopvol zouden moeten volgen. En aanmoedigen. Na de trend van tranentrekkende testimonials van echte mensen ontstaat eindelijk ruimte voor eerlijkheid en experiment en daarmee emotie. De vier E’s maken hun entree in advertising.

Het is nog even zoeken. Porsche is met de serie mini-documentaires gaan pionieren. Zo vergelijken ze het effect een straaljager en een Porsche op je hersenen. Ze blijken dezelfde zones te activeren. Bij de straaljager heftiger dan bij de Porsche, maar toch. Boeiend en leerzaam. Ik word al misselijk in een helikopter, dus ik kan maar beter geen Porsche rijden. Porsche filmt echte experimenten. En dat is spannend. Ik denk dat ze het ook zullen uitzenden als een experiment mislukt. Ik hoop het. Want dan geloof ik die eerdere filmpjes extra. En neem ik die ietwat dubieuze wetenschapper voor lief.

Michael Moore won met Bowling for Columbine een Oscar. Hij zoekt antwoord op de vraag waarom in Amerika het aantal doden door vuurwapens zo bizar hoog is. Hij neemt aan dat het door het vrije wapenbezit komt. Hij gaat op oorlogspad, maar blijkt ernaast te zitten. Immers, in Canada heeft iedereen een wapen en dat is qua moorden vergelijkbaar met Bobbejaanland. Hij zoekt verder, van Marilyn Manson tot de makers van Southpark, en eindigt met een prachtige analyse van de Amerikaanse angsteconomie. Hij filmt zijn dwaalspoor. Nuanceert zijn aannames. Kijkers zijn deelgenoot van de totstandkoming van een nieuwe theorie.  Zijn documentaire is zijn zoektocht.

Natuurlijk is Porsche niet op oorlogspad. Ze hopen op een vijfde E: een eervol effect voor hun merk. En dat is prima. Het is commercieel. Maar als we als kijker weten dat het ook zomaar een keer kan mislukken, staan we ineens naast Porsche. Aan dezelfde kant. De kant van de mensen die de afloop niet weten. En dat is wel wat anders dan dat we moeten kijken naar een merk dat een man op zijn pocherige oprijlaan een beetje viezig laat omkijken naar zijn eigen auto.

Porsche zet de toon voor een andere, kwetsbare toon. En dan volgt Dela. Dela roept het met veel bombarie: ze hebben 5 mini-documentaires gemaakt onder het motto van ’wat je meegeeft, is wat je straks achterlaat’. Waar zijn de tissues, dachten we allemaal. Want dood-docu’s zijn killing. Dela heeft goud in handen. Misschien laten ze ter dood veroordeelden aan het woord. Of ouders van kinderen die vermist zijn en dus ook geen begrafenis hebben gehad. Of kinderen die op sterven liggen of…

Nee hoor niets aan de hand. Dela houdt het feel-good. De uitgelezen partij om het over de dood te hebben gaat voor… de geboorte. Want kijk, die kinderen geef jij wat mee! En dat laat je dus achter. Als je dood bent. Snap je? Drie keer rechts is ook links, dacht Dela.

Zo draait Dela lekker om de hete brei heen. Ze hebben 22 mensen een camera gegeven om de geboorte van hun kind vast te leggen. Daarvan maakten ze een commercial en vijf mini-documentaires.

De uitkomst is iets dat doet denken aan de weeïge moederdagcommercials van Merci chocola. Eerder een afhaker dan een inhaker. Een wereld van uitgekauwde metaforen en beloften die je nooit kan waarmaken. Er gaat niets mis, dat is zeker. Want er is geen experiment. Geen zoektocht. En dat is niet echt eerlijk. Als je een documentaire pretendeert te maken tenminste.

Dat zijn het ook helemaal niet. Dit zijn geen docu’s. Zelfs geen reportages. Het zijn open deuren. 22 unfunniest home videos.

Lieve Dela, wat ik je wil meegeven: omarm je gefaalde experiment en zet door. Pak de camera weer op en sla een nieuwe weg in.  Michael Moore had het ook niet in één keer goed. Jullie zijn de drager van de grootste Emotie in ons leven. Die eerste E heb je al binnen. Nu die andere vijf nog. Wat je meegeeft is wat je straks achterlaat. Een Oscar?

– See more at: http://www.adformatie.nl/blog/wat-ik-dela-wil-meegeven#sthash.wH7s6gxQ.ZayltPoI.dpuf

Jezus, reclamemakers zijn de slechtste dienstverleners ooit…

Schermafbeelding 2015-04-13 om 11.01.32

 

We zijn in de reclame met 50.000 Jezussen sterk. Alleen las ik op de allerlaatste pagina van De JEZUS (waar er maar eentje van komt) dat het hem vooral om anderen te doen was. 

Ik herinner me niet dat Pasen ooit zo uitbundig is gevierd als vorige week. Vroeger kreeg ik een blauwgekookt ei bij het ontbijt en dat was het. Nu moest ik een complete chocolade kruistocht afleggen langs familie en vrienden. En televisie kijken, als het even lukt. Dit jaar mocht Jim de Groot Jezus spelen in The Passion. Vorig jaar was dat Jan Dulles. Zo gaan we alle J’s een beetje af. Ik weet niet hoe die audities er precies uitzien, maar wel hoe de casting plaatsvindt. Jezus moet niet al te knap zijn, een beetje moeilijk kunnen kijken en een baard hebben.

Herman Pleij hield in DWD een tof betoog over hoe ons beeld van Jezus door de eeuwen heen transformeert. Hij kon het helaas niet afmaken tot nu, in DWDD moet je nu eenmaal vaart maken. Maar op het scherm was het beeld te zien van de cover van de JEZUS. De glossy die KesselsKramer onlangs uitbracht. Zij kenden, als huidige half-heiligen, Jezus schijnbaar heel goed.

In de reclame werken heel veel Jezussen. Het is eigenlijk een doorlopende paasbrunch bij de bureaus. We overtuigen volgelingen van onze ideeën, leggen vervolgens een hevige lijdensweg af en zetten dan alle mogelijk special effects in om tot in de eeuwigheid erkenning te krijgen als (ADCN) verlichte geest. Mooi toch? Tuurlijk. Alleen in die hele aanloop naar Pasen was Jezus een dienaar. Hij stelde zich volledig ten dienste van anderen, hoe stomkopperig ook. Hij waste te voeten van het volk (of was dat de paus?). De reclame geldt officieel ook als dienstverlening. Wist je dat? Op de een of andere manier is dat pre-Pasen proces ons gaandeweg een beetje ontschoten. Nee, sterker nog: wij zijn de slechtste dienstverleners ooit.

Mooie panden en een Miller-stoel op maat. Het gaat je niet in de koude kleren zitten. Als je er elke dag bijloopt als een backpacker, je nooit hoeft te scheren en je de ruimte krijgt om ’s ochtends uit te slapen als je een kater hebt, ga je vanzelf denken dat de wereld om jou draait. Dan vergeet je op een goede dag de moeite te nemen om te vragen hoe het met iemand gaat.  Een klant ofzo. Of te onthouden hoe ze heten. Die types mogen verdomme blij zijn dat ze net zulke goede koffie krijgen als jij en op een peperdure Artemide klok kunnen zien dat het alweer bijna tijd is en jij, zinvol mens, weer verder moet naar de volgende dolende ziel.

Het is allemaal per ongeluk gegaan. Niemand koos ooit voor reclame. We daalden er gewoon een beetje in. En organiseren nu vakinhoudelijke debatten omdat we ergens vermoeden met een vak te maken te hebben, maar hoe het precies werkt? Wat je op de academie leert is in elk geval geen Dienstverlening. Zo blijkt uit een blog van een tweedejaars studente van de Willem de Kooning. Ze is op weg ’naar boven’. Maar die weg vindt ze er nog helemaal niet zo aantrekkelijk uitzien. “Hoezo zou ik bij een reclame bureau gaan werken, waar ik mijn tijd aan merken zou moeten verspillen die mij helemaal niks doen.”

Het is volkomen legaal om aan merkzijde te gaan werken. Dat zouden we eigenlijk allemaal moeten doen. Maar de reden is niet dat je iets moet hebben met een merk. Een merk zou iets aan jou moeten hebben, jij zou dat merk iets moeten doen. De eerlijke reden dat studenten niet bij een bureau willen werken is dat er gewoon geen dienstverlener in ze huist. Zoals in ons allemaal niet.

Je zou als bureau kunnen zien aankomen dat er klant komt met een vraag. en dat die dan meestal in de sfeer ligt van iets dat je al eerder gedaan hebt. daarom komen ze bij jou. Maar wij beginnen al te zuchten. O God, dus zij willen ook zoiets? Weer een campagne. Iedereen in paniek. Jezus, niemand heeft tijd. Dat hebben wij weer… een briefing.

We vereenzelvigen ons met het succes van merken. Als een auto goed verkocht wordt is het dankzij onze campagne. Als het wat minder loopt hadden ze maar beter naar ons moeten luisteren. Zo hebben we altijd gelijk. We maken werk om je kapot voor te schamen en dat komt door die rottige laag tussen ons en de consument, oftewel de klant.

Dus we beginnen steeds meer onze eigen dingen. Apps, prototypes, labels, producten of…God weet wat. Een tijdschrift! Lult niemand door onze muziek heen en hoeven we alleen voor onszelf koffie te zetten. Waar we die van betalen, dat zien we dan wel weer. Jezus had ook maar heel weinig nodig. 

Deze column verscheen eerder in Adformatie

Why women should not be taken seriously

mad-men-season-7-stanThere it was again: the opening article of our Dutch ad blogs was guided by a picture that looked like it was promoting mediocre menswear. A line-up of the short headed and the beards. Wearing black and blue. Havas and Boondoggle merged. And like most other get-togethers, long hair or pink was absent. From juries tot co-created courses: there are hardly any successful women in Dutch advertising and there is probably a reasonable reason for that. 

Advertising is software. There is no proper education for it, no objective method. It is not like any other major in which you do the drill, learn the skill. An accountant, an architect or a surgeon should do their job properly or mess up and will be convicted for it. In advertising, we are never to blame. (Okay, we might mislead, but we aren’t send to jail over it). In our league there is no right or wrong. It revolves around perceiving people and contemporary culture, eye for detail and originality. It may even be irrational, that will only make it more outstanding. 

One might expect that women would do absolutely terrific in this field. They can totally be themselves in observing others, talking about unsolvable problems endlessly and lose themselves in irrelevant details.  They don’t. Or most of them don’t. Why? Because they stop where they should be beginning.

We hear it all the time. Women have two single arguments for doing of skipping things.

It just feels right.

It just doesn’t feel right.

That’s it. You might be waiting for an explanation or elaboration on the argument. There is none. 

Women rely on their gut feeling. And that is great. It is based on all these years you have been making your way in the world. Some women even are gifted and developed their feeling forces in a way they can forecast the future, read other people’s minds and can long-distance curse healthy baby birds to fall stiff from their nests. I know these witches. They exist. They aren’t with many, though. If you are an average Dutch woman, you wil probably just feel experience-based. Nothing chakra. But still a complex system of subtile subdivided emotions. More than right and not right. Even Facebook preprogrammed more feelings than that…

Maybe women should take their feelings even more serious than they do. They should respect them. Analyse them to the bone. Fear them even. Find out what is causing their guts to speak up. One feeling can easily be mistaken for the other. Fear for nervousness. Anxiety for lust. They all make you throw up sooner or later. But that doesn’t necessarily make ik wrong. It could easily be so right it causes fright. Scientists have been aiming to come up with a complete list of feelings. Some define around 278 of them. Right is not one of them.

Women should not be taken seriously as long they don’t take themselves seriously. We are to blame. Shame on us. Even men use the easiest of answers more an more. Probably since it is the ultimate way to keep conversation short. And everyone gets away with it. There is no problem there, you might argue. Maybe there isn’t. But… it somehow I don’t know just doesn’t feel right.

This column was published on http://www.amsterdamadblog.com/columns/why-women-should-not-be-taken-seriously/

Het 15 miljoen commercials-effect

We hebben er weer een bij. Zo’n commercial waarvan je denkt: is ’ie nou nieuw of is het een re-run? Of bestaat de film uit restjes van andere edits? Je kent ’m nog niet, maar toch treedt iets van déjà vu op. In dit geval het gevoel van het weke, warme schuimbadje dat ze voor jou  – en de rest van Nederland – hebben laten vollopen. 

Het kan je niet ontgaan zijn. De NPO verbindt alle Nederlanders met de wereld om hen heen. Ook jou!  Want de NPO is er ’Voor iedereen, voor jou’. Voor mij? Geweldig! Waar is mijn portemonnee?  O nee, het is de publieke omroep, die krijg je ook zonder pakket. Daar kijk je naar zonder er ooit voor te hebben gekozen.

Ik heb de film al heel vaak gezien, dus blijk superveel NPO te kijken. Vind het ook knap hoe de laatste jaren, waarin nergens meer geld voor was, zij alleen nog maar betere programma’s zijn gaan maken. Programma’s waarvan ik denk ’daar ga ik dus echt niet naar kijken’ en vervolgens volledig ingezogen wordt. Series met een tweede, derde, vierde laag. Colleges van meneren waar ik het zo onwaarschijnlijk mee oneens ben dat ik me er ’s nachts nog druk om lig te maken. 

Maar in dit filmpje zien we van al die bizarre, bijzondere programmering niets terug. Juist niet. We zien: ’onszelf’.  Allemaal mensen. Hele verschillende, maar toch gewone mensen. Zoals jij en ik. Nou, zoals jij dan. Ik ben namelijk helemaal niet gewoon. Ik ben heel raar. Ik zie die mensen in zo’n film en denk dan: die ken ik niet. Dat ben ik niet. Ik ben gek.

Je kunt in sommige gevallen geen grotere afstand scheppen dan met het ’15 miljoen mensen gevoel’. In Nederland voel je je geen Nederlander. Je voelt je pas met ze verbonden als je alleen door het centrum van Peking loopt.  In de aanwezigheid van het grote, onbekende, niet-Hollandse. Je voelt je pas onderdeel van het soort ’vrouwen’ als er geen andere vrouwen te bespeuren zijn. Je voelt je pas Nederlander als je tussen 4 miljoen chinezen loopt. Haal jezelf uit de context en je herkent je groep. 

Dat poogt de NPO nu te doen. ze zeggen: Wij zijn er voor iedereen in Nederland. En maken zichzelf daarmee de grote ander: Chinezen. Chinezen die zeggen: He Holland! jullie mogen er zijn hoor. Jullie tellen voor ons. Allemaal. Zeg maar wat jullie willen zien of horen, zetten we dat op. Leuk toch?

Nee helemaal niet. Als ik weet wat ik wil zien of horen zet ik het zelf wel op. Of ik kijk naar SBS6 of Net5. Ik wil dat de NPO een mening heeft over wat ik verdomme echt moet weten. Ik wil dat ze me door elkaar schudden. Misschien is het te moeilijk voor me of erger ik me dood of wil ik het helemaal niet weten. Dan moet ik me maar een beetje aanpassen. 

Alles wat van publiek geld betaald wordt staat onder druk. Maar door niet onder die druk te bezwijken en te zeggen waar je voor staat, hoe onpopulair ook, bewijs je het tegendeel: je voegt iets toe. Door een opsomming te tonen van je klanten, voor de 15 miljoenste keer, vermijd je domweg de opdracht: wat doen jullie nou eigenlijk (anders dan RTL)? Het antwoord van de NPO: U vraagt, wij draaien. 

Dus weer ligt er een film waar we kunnen er niets van vinden. Niemand zegt er iets stoms of lelijks in. En het liedje is van Thé Lau en die is er elk moment niet meer en dat geeft sowieso een brok in je keel. Publiekelijk zeggen dat je The Scene slecht vindt is hetzelfde als op Facebook zeggen dat je Happy van Pharrell eigenlijk maar niksig vindt. Dat zou ik dus nooit durven. 

Deze column verscheen op 12 maart 2015 in Adformatie